Tegenpartij erkent geen aansprakelijkheid voor uw letselschade, wat nu?

Lawyer with papers

U bent het slachtoffer van een ongeval en heeft daarbij door het toedoen van een ander (letsel)schade opgelopen, u zou denken dat het dan niet meer erger kan.

Niets is minder waar, de tegenpartij kan namelijk de aansprakelijkheid van uw letselschade ontkennen. Zeg nou zelf, zou u het leuk vinden om voor de schade van een ander te moeten betalen? 

Indien de tegenpartij de aansprakelijkheid voor uw letselschade ontkent heeft dit uiteenlopende gevolgen. Indien u al schade heeft geleden, is het hoogstwaarschijnlijk dat de schade door de ontkenning van de aansprakelijkheid gaat oplopen.

U kan in ernstige financiële problemen komen indien de wederpartij uw schade niet (tijdig) vergoedt.

Een gebrek aan inkomsten door bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid als zzp’er heeft grote gevolgen. U kan mogelijk uw huur niet meer betalen en in het uiterste geval moet u zelfs uw huis moet verlaten. 

De wederpartij probeert vaak onder de aansprakelijkheid uit te komen. Echter beseft men vaak niet, dat indien de ontkenning van de aansprakelijkheid (juridisch) geen stand houdt, dit mogelijk financiële gevolgen teweeg zal brengen voor de wederpartij.

Als u verder leest gaat u er snel achter komen waarom men de aansprakelijkheid ontkent en wat wij daaraan kunnen doen.

Inhoud:

  • Arbeidsongevallen
  • Verkeersongevallen
  • Voorbeelden 
  • Conclusie

Arbeidsongevallen met letselschade

Er zijn een aantal gronden waarop een wederpartij zich kan beroepen om onder de aansprakelijkheid uit te komen. Denk bij arbeidsongevallen aan standaard gronden als; opzet of roekeloosheid, dit is terug te vinden in artikel 6:101 BW.

Indien een wederpartij de aansprakelijkheid ontkent op basis van opzet of roekeloosheid (artikel 6:101 BW ) nemen zij een behoorlijke taak op zich om dit aan te tonen. Er zijn in Nederland maar weinig gevallen waarin een rechter dergelijke gronden accepteert.

Zorgplicht van de werkgever

Een werkgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek. Een werkgever heeft dus de zogenaamde zorgplicht artikel 7:658 BW. Hij staat – als een goede werkgever – in voor de veiligheid op het werk. Hij moet dus zoveel mogelijk voorkomen dat zich ongevallen op het werk voordoen. 

Indien er dan toch een ongeval gebeurt is de werkgever aansprakelijk ( Artikel 7:658 BW  lid 2 ) tenzij hij kan aantonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Ook dit is door de werkgever maar moeilijk aan te tonen.

‘Indien u het slachtoffer bent van een arbeidsongeval is uw werkgever hoogstwaarschijnlijk dus in verzuim en is hij aansprakelijk voor uw letselschade en de gevolgen daarvan.  

Tenzij hij aantoont dat hij de zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.’

Vaak probeert een werkgever een claim met letselschade te betwisten onder het mom van roekeloosheid. Tevens probeert men dan aan te tonen, dat zij hun werknemer hebben gewezen op de eventuele gevaren die op de loer liggen, tijdens het uitvoeren van eventuele werkzaamheden.

Als werkgever heb je de taak om zoveel mogelijk gevaren weg te nemen (artikel 7:658 BW). Indien er toch gevaren zijn en het moeilijk is om deze gevaren te elimineren, is het zaak dat de werkgever vergaande maatregelen neemt om hun werknemer te wijzen op het gevaar.

Stagiaires en/of beginnende werknemers dienen extra goed begeleidt en beschermt te worden. Bij onze firma hebben wij tot op heden geen enkele zaak meegemaakt waarbij een werkgever het voor elkaar heeft gekregen om zich te beroepen op opzet of roekeloosheid.

Het bewustzijn verliezen op het werk 

Wij hebben in 2017 een zaak gehad waarbij een werkgever een beginnend werknemer mondeling had verboden om zich te begeven in een kamer met gevaarlijke stoffen en onze cliënt dolde wat met een collega waardoor hij uiteindelijk in de kamer met gevaarlijke stoffen terecht kwam. 

Cliënt verloor zijn bewustzijn en hij liep schade op aan zijn longen door de gevaarlijke stoffen. Kon de werkgever van onze cliënt hiervoor aansprakelijk gehouden worden? Hij heeft zijn werknemer immers verboden om zich in de kamer met gevaarlijke stoffen te begeven. 

De werkgever van onze cliënt heeft geprobeerd om onder de aansprakelijkheid uit te komen en zijn gedrag te bestempelen als ‘roekeloos’. Toch had deze werkgever geen schijn van kans bij de rechtbank. 

Zijn werkgever had zoals eerdergenoemd de ‘ wettelijke zorgplicht’ en dat gaat vele malen verder dan een werknemer mondeling de toegang tot een gevaarlijke plaats te ontzeggen. 

Een verzwarende omstandigheid voor de werkgever was in deze dat ons cliënt beginnende was in de onderneming. 

Zijn werkgever had het volgende moeten en kunnen doen om de letselschade van onze cliënt te voorkomen:

  • Iemands had aangesteld moeten worden die toezicht hield op onze cliënt;
  • Hij had de gevaarlijke ruimte moeten ‘afschermen’ met bijvoorbeeld lint;
  • De aangestelde toezichthouder had de deur op slot kunnen doen;
  • Hij had een teken in de buurt van de ruimte moeten neerzetten, wat het gevaar van de ruimte had aangetoond.

Zo waren er nog een hoop extra gronden waardoor de werkgever van onze cliënt aansprakelijk gehouden diende te worden. Wij hebben deze zaak geschikt met de verzekeraar voor € 64.000. 

Hiermee waren alle financiële problemen van onze cliënt opgelost, een gepaste schadevergoeding als deze was daarom belangrijk.

Verkeersongevallen met letselschade

Het is verschrikkelijk, maar het gebeurt dagelijks en ieder uur vindt er ergens in Nederland wel een ongeval plaats. Op jaarlijkse basis gebeuren er zo’n 20.000 geregistreerde verkeersongevallen in Nederland, die allemaal resulteren in letselschade.

De schades lopen uiteen van lichte tot extreem zware schades. Sommige gevallen maken de aansprakelijkheid bij een verkeersongeval redelijk eenvoudig, zoals een kop- staart botsing. 

Maar soms zijn er ook gevallen waarbij de aansprakelijkheid niet zo helder ligt. Denk bijvoorbeeld een een verkeersongeval waarbij er een gebrek is aan het onderhoud van de weg, waardoor u moest uitwijken en tegen een ander voertuig bent gebotst.

Nu is de wegbeheerder verantwoordelijk voor de inrichting en het onderhoud van de wegen. Wanneer er sprake is van een onveilige situatie, heeft de wegbeheerder een verantwoordelijkheid. Deze moet de onveilige situatie zoveel mogelijk weg nemen of waarschuwen voor het gevaar, zoals te lezen in artikel 6:174 BW.

Indien hier niet aan is voldaan, zijn er wellicht mogelijkheden om de wegbeheerder hiervoor aansprakelijk te stellen (artikel 6:174 BW) Maar niet elke gebrekig onderhoud maakt dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor eventuele (letsel)schade.

Wie is aansprakelijk bij letselschade?

Zoals u kunt lezen kan er al snel discussie ontstaan in de aansprakelijkheid, wat kan resulteren in de ontkenning hiervan. 

Het is valleen hierom al handig om met ons in contact te treden, zodat wij (voorlopig) kunnen bepalen bij wie naar onze mening de aansprakelijkheid ligt.

Er zijn behoorlijk wat wettelijke bepalingen die de aansprakelijkheid soms behoorlijk complex maken. Soms ligt de fout namelijk niet alleen maar bij de wederpartij, maar mogelijk voor een deel bij uzelf. In dat geval acht de verzekeraar zich vaak voor een X-percentage aansprakelijk.

Het percentage van de aansprakelijkheid probeert de verzekeraar bijna altijd in het voordeel van henzelf te erkennen. Men erkent dus maar 40% in plaats van de 60% die zij feitelijk aansprakelijk zijn.

De schuldvraag ligt zoals eerder benoemd dus niet altijd voor de hand. Echter bent u in specifieke gevallen altijd aansprakelijk, soms zelfs als de schuld geheel bij de wederpartij ligt, met uitzonering van opzet uiteraard.

Opzet is nergens bij Nederlandse wet toegestaan, het is zelfs strafbaar.

Maar ook bij verkeersongevallen is het soms heel moeilijk om aan te tonen dat een ander opzettelijk een verkeersongeval heeft veroorzaakt, om bijvoorbeeld letselschade te claimen.

Indien u te maken heeft met een kind onder de 14 jaar als verkeersdeelnemer, bent u bijvoorbeeld altijd voor 100% aansprakelijk

Zélfs indien het ongeval volledig te wijten is aan het kind. Zie: HR 1 juni 1990, NJ 1991, 720, Ingrid Kolkman; en HR 31 mei 1991, NJ 1991, 721, Marbeth van Uitregt.

Zwakke verkeersdeelnemers

Voetgangers en fietsers genieten ook van extra bescherming. Bij een aanrijding met een motorvoertuig, krijgt de fietser of voetganger minimaal 50% van zijn schade vergoed, ook al heeft hij eigen schuld. 

Enkel indien het motorvoertuig een geval van overmacht kan aantonen, is er een mogelijkheid om onder die 50% aansprakelijkheid uit te komen. Zie HR 22 mei 1992, NJ 1992/527 (ABP/Winterthur) .

Ook overmacht is niet al te snel aan te nemen. 

Vergoeding van de schade bij de bestuurder hangt af van de vraag hoeveel schuld de voetganger of fietser had. 

De wet bestempelt bovenstaande personen als zogenaamde ‘kwetsbare verkeersdeelnemers, zie artikel 185 WVW. Het uitgangspunt is dat de bestuurders van motorvoertuigen rekening moeten houden met de fouten van zwakkere verkeersdeelnemers.

U zult na het lezen van bovenstaande tekst begrijpen dat er vaak discussies ontstaat over de aansprakelijkheid

Stel u maakt een inschattingsfout tijdens een nacht met slecht weer, uw auto raakt daardoor in een slip en uw auto tolt en draait daardoor een aantal keer om zijn as.

Uw voertuig is total loss en u raakt (tijdelijk) invalide.

Nu is dit ongeval eenzijdig en volledig aan uzelf te wijten, dus u zou denken dat u zelf voor uw schade zal moeten opdragen. Niets is minder waar, er zijn specifieke gevallen waarop u zich kan beroepen op uw verzekeringspolis.

‘’Heeft u recent zoiets meegemaakt? 

Aarzel niet en krijgt direct Gratis hulp.’’

Schade inzittende verzekering en een ongevallen inzittende verzekering

Veel mensen zijn zich niet bewust van het bestaan van een schade inzittende verzekering (SIV) of een ongevallen inzittende verzekering (OIV) of denken zelfs dat dit standaard bij hun polis hoort.

”Het verschil tussen beiden is simpelweg dat bij een schade inzittende verzekering (SIV) de verzekeraar daadwerkelijk alle letselschade 100% uitkeert en bij de ongevallen inzittende verzekering (OIV) keert de verzekeraar een vast bedrag uit bij schade.”

Ons advies is altijd om een schade inzittende verzekering af te sluiten, om zeker te zijn van een volledige vergoeding van uw letselschade. 

Als het bovenstaand verkeersongeval geheel aan uzelf te wijten is, bent u namelijk volledig verzekerd voor uw letselschade én smartengeld.

Indien er alcohol of drugs in het spel zit bent u uiteraard niet verzekerd, dit is ook het geval indien u niet in het bezit bent van een rijbewijs.

Ook bij een dergelijke verzekering kan de verzekeraar proberen uw actie te bestempelen als roekeloos of soms zelfs opzet. U moet zich voorstellen dat de verzekeraar bijna altijd zal proberen om onder aansprakelijkheid te komen.

U doet er daarom goed aan om u te wenden tot onze firma, zelfs indien u verzekerd bent voor eenzijdige ongevallen die aan u te wijten zijn. 

Hier is het voor de verzekeraar niet of nauwelijks aan te tonen dat er opzet in het spel is. Wel is het makkelijker voor de verzekeraar om zich te beroepen op roekeloosheid, in de praktijk gebeurt dit dan ook vaker.

Als u bijvoorbeeld 180 km/u rijdt waar de maximumsnelheid is bepaald op 80 km/u en u letselschade oploopt doordat u van de weg bent geraakt, zal dit als roekeloos beschouwd (kunnen) worden.

Dit is waarschijnlijk een vrij helder voorbeeld.

Cliënt pleegt zogenaamd fraude bij inzittende verzekering

In januari 2018 hadden wij een zaak met een cliënt die een schade inzittende verzekering (SIV) had afgesloten.

Vier dagen na het afsluiten van de verzekering reed cliënt zo’n 20 km/u boven de toegestane 100 km/u. Cliënt slipte toen tijdens sneeuwachtig weer tegen de vangrail, hij liep hierbij letselschade op.

In deze casus was de verzekeraar van mening dat er sprake was van roekeloosheid, opzet en dus zelfs fraude. De verzekeraar beriep zich op de laatste twee gronden omdat onze cliënt al 4 dagen na het afsluiten van de verzekering een verkeersongeval had. 

Nu is het natuurlijk volstrekt absurd dat de verzekeraar in deze de opzet en fraude louter baseert op het feit dat onze cliënt kort voor het ongeval de verzekering had afgesloten.

Als klap op de vuurpijl heeft de verzekeraar ook getracht de aansprakelijkheid te betwisten door te beweren dat onze cliënt zich roekeloos had gedragen door 20 km/u boven de maximumsnelheid te rijden.

Aansprakelijk of niet?

De opzet en de fraude konden wij al snel namens onze cliënt betwisten, daar het immers mogelijk is om zelfs binnen een uur na het afsluiten van een autoverzekering het slachtoffer te worden van een verkeersongeval.

Wat betreft de grond op roekeloosheid hebben wij gesteld dat het misschien niet verstandig is, maar in de praktijk redelijk gebruikelijk is dat men wel eens (licht) boven de maximumsnelheid rijdt op een snelweg.

Wij hebben tevens een expert ingeschakeld die middels een fysiek onderzoek kon aantonen dat cliënt bij 90 km/u ook de macht over het stuur verloren zou zijn.

De verzekeraar heeft direct na het ontvangen van het onderzoek de letselschade van cliënt vergoedt en een voorschot van € 15.000 op de schade verleent.

Zo ziet u maar hoe belangrijk het is ,om voor het vergoeden van uw letselschade, uw belangen te laten behartigen door een firma gespecialiseerd in letselschade.

In deze zaak hebben wij er zorg voor gedragen dat aan onze cliënt afgerond een bedrag van € 150.000 is overgemaakt, met als grootste schadepost; de gederfde inkomsten als zzp’er. 

Voorbeelden afwijzing aansprakelijkheid bij letselschade

Er zijn talloze voorbeelden van dossiers waarbij de aansprakelijkheid in de eerste instantie werd betwist, maar door onze tussenkomst werd erkend. Hieronder geven wij één voorbeeld van een verkeersongeval en één voorbeeld van een arbeidsongeval.

Man 23 jaar in loondienst als (assistent) CV – monteur bij een technische firma.

In deze zaak had deze heer een opdracht gekregen van zijn teamleider om een cv – installatie te ontkoppelen.

Tijdens het ontkoppelen van het cv-systeem kwam er een enorme straal met warm water met in het gezicht van onze cliënt.

Cliënt had flinke brandwonden op een deel van zijn gezicht en op zijn borst. Cliënt is toen per ambulance naar het ziekenhuis gebracht en is daar behandeld voor zijn verwondingen. 

Uiteraard heeft cliënt behoorlijk wat letselschade opgelopen. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid afgewezen onder het mom van roekeloosheid. De teamleider van deze heer had kennelijk in eerdere projecten al aangegeven dat de monteur in kwestie eerst moest controleren of er nog druk stond op de installatie.

Naar onze mening had de werkgever van onze cliënt zijn zorgplicht geschonden door het ongeval. Zijn teamleider had – helemaal als het al eerder fout is gegaan – er zorg voor moeten dragen, dat hij toezicht zou houden bij het uitschakelen van de druk op de installatie.

Hij zou zelfs uit eigen beweging zorg kunnen dragen voor het uitschakelen van de druk op de installatie.

Het belangrijkste in deze dat dit nog maar een assistent betrof en dus nooit zelfstandig en onbegeleid werkzaamheden had mogen uitvoeren. 

Na ons verweer is de aansprakelijkheid bij nader inzien erkend en hebben wij het dossier afgesloten met een schadevergoeding van € 57.000 

Vrouw 48 jaar auto kop- staart botsing op een autoweg in de bebouwde kom

Een vrouw rijdt met haar gezin in de bebouwde kom, maar remt voor een stoplicht dat op oranje springt. Een Audi botst op de achterkant van haar voertuig wat een kop- staart botsing veroorzaakt.

De achterkant van het voertuig van onze cliënt was diep ingedeukt. De kinderen waren ongedeerd maar de vrouw had behoorlijk wat pijn aan haar nek door de klap.

Cliënt nam contact met ons op en wij hebben haar letselschade, wat inmiddels resulteerde in een whiplash verhaald op de wederpartij.

De wederpartij ontkende de aansprakelijkheid daar zij van mening waren dat het (hard) remmen voor een oranje licht als roekeloos bestempeld kon worden.

Volgens de verzekeraar klapte de Audi op het voertuig van cliënt daar hij verwachtte dat mevrouw zou doorrijden.

Wij hebben aangevoerd dat eenieder altijd voldoende afstand dient te houden van een voorganger en dat men voorzichtigheid in acht moet nemen bij het rijden, al helemaal in de buurt van stoplichten. 

Om die reden hebben wij een procedure gestart bij de rechtbank en de rechter was van mening dat de wederpartij inderdaad aansprakelijk was op basis van onze bevindingen.

Conclusie

In dit artikel heeft u maar een fractie gelezen van dossiers die betwist worden op basis van verschillende rechtsgronden. Het bepalen van de aansprakelijkheid is juridisch soms zeer complex, zelfs bij zoiets simpels als een kop- staartbotsing.

De juridische gronden voor betwisting van de aansprakelijkheid; opzet en roekloosheid, komen regelmatig voor als motivatie voor de afwijzing van de aansprakelijkheidsstelling. 

U kan er altijd vanuit gaan dat het voor de wederpartij altijd een opgave is om de aansprakelijkheid te betwisten. Desalniettemin moet u altijd kunnen aantonen dat de schade is te wijten door het toedoen van de andere partij.

Het is belangrijk dat u weet dat de juristen van onze firma gratis en voor niets onderzoeken wie er naar onze mening aansprakelijk is voor een ongeval waarbij u letselschade heeft opgelopen.

Daarbij willen wij nogmaals benadrukken dat de behandeling van dit dossier kosteloos is aan uw zijde. De verzekeraar is gehouden aan de vergoeding van onze kosten.

Bij vertrouwen gaan wij met de volle kracht en motivatie aan de slag met uw dossier.

Wij staan altijd voor u klaar, u onze cliënt.

~ D.J. Dorder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *